Klachtenregeling

voor de Stichting Scholengroep Spinoza; bestemd voor leerlingen en ouders



Inhoud

Algemene klachtenregeling blz. 2
1. Klachtrecht 2
1.1. Klachtrecht bij de schoolleiding 2
1.2. Klachtrecht bij het bevoegd gezag 2
1.3. Opschortende werking 3
2. Beroepsrecht bij de landelijke klachtencommissie 3
2.1. Landelijke klachtencommissie 3
2.2. Beroepsrecht 3
2.3. De uitspraak 3
II. Klachten betreffende seksuele intimidatie en geweld 4
II.1. Klachtenbehandeling, klachtenprocedure en klachtenreglement 4
II.2. Klachtencommissie: reglement en procedure 4
Bijlagen:
1. Regeling landelijke klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs 5
2. Vertrouwenspersoon, seksuele intimidatie en geweld 10
3. Reglement benoeming vertrouwenspersonen 12

Algemene klachtenregeling

Inleiding
Het kan gebeuren dat een leerling of een ouder een klacht heeft over de begeleiding op school, over de totstandkoming van een rapportgegeven, een disciplinaire maatregel, enz. In de meeste gevallen wordt een dergelijk probleem tussen de betrokkenen zelf opgelost. Maar wat als dat niet tot tevredenheid van de partijen gebeurt? Of de situatie zich er niet toe leent om rechtstreeks contact op te nemen met de betreffende personen of instantie? Dan is er in de eerste plaats de mogelijkheid om de klacht mondeling dan wel schriftelijk - bij de schoolleiding in te dienen, d.w.z. bij de conrector van de afdeling of de directeur van de locatie. Mocht de klacht niet naar tevredenheid van de klager worden behandeld, dan is er de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het Bevoegd Gezag van de school. In laatste instantie kan men zich wenden tot de landelijke klachtencommissie waarbij de school is aangesloten.

N.B. Van anonieme klachten neemt de schoolleiding wel nota, maar zij kan deze niet verder in behandeling nemen.

Begripsbepalingen
School: een organieke eenheid gekenmerkt door een Brinnummer
Locatie: gebouw behorende tot één van de scholen van het bevoegd gezag.
Bevoegd gezag: het bestuur van de Stichting Scholengroep Spinoza.
BMT: het bovenschools managementteam bestaat uit de rectoren van de scholen, waarvan één als voorzitter fungeert.
Schoolleiding: afdelingsleider, afdelingsmanager, conrector, adjunct directeur, dan wel locatiedirecteur.
De landelijke klachtencommissie: de klachtencommissie die is ingesteld en in stand wordt gehouden door de VBS.
Klager: een (ex-) leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend.
Klacht: klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaagde.
Aangeklaagde: een (ex-) leerling, ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, tegen wie een klacht is ingediend.
Vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3 van de modelklachtenregeling Primair en Voortgezet onderwijs zoals die door de besturenorganisaties is verspreid.
VBS: Vereniging 'Verenigde Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag'.

1. Klachtrecht

1.1. Klachtrecht bij de schoolleiding
1.1.1 Als een leerling, ouder of personeelslid een klacht heeft over een handeling dan wel beslissing van een medeleerling of een personeelslid, kan hij deze klacht mondeling dan wel schriftelijk indienen bij de conrector van de afdeling of bij de directeur van de locatie.
1.1.2 De klacht bedoeld in het vorige lid moet worden ingediend binnen een termijn van zes weken, te rekenen vanaf het moment waarop de handeling is verricht, dan wel de beslissing is genomen.
1.1.3 Voordat het betrokken lid van de schoolleiding een beslissing neemt over de klacht, worden de betrokkenen gehoord.
1.1.4 Het betrokken lid van de schoolleiding beslist binnen veertien dagen na ontvangst van de klacht. Als het niet mogelijk is binnen die termijn een besluit te nemen, stelt deze de betrokkenen hiervan, met redenen omkleed, schriftelijk op de hoogte.
1.1.5 Van de beslissing en de eventuele maatregelen stelt de conrector of de directeur van de locatie de betrokkenen schriftelijk op de hoogte. De beslissing is met redenen omkleed en wordt vastgelegd in een klachtendossier.
1.2. Klachtrecht bij het bevoegd gezag
1.2.1 Als een leerling, ouder of personeelslid of hun wettelijke vertegenwoordiger, een klacht heeft over een handeling dan wel beslissing van een lid van de schoolleiding, kan hij deze klacht schriftelijk indienen bij het bevoegd gezag, in casu het BMT.
1.2.2 De klacht bedoeld in lid 1.2.1 moet worden ingediend binnen een termijn van zes weken, te rekenen vanaf het moment waarop de handeling is verricht, dan wel de beslissing is genomen.
1.2.3 Voordat het BMT een beslissing neemt over de klacht, worden de betrokkenen gehoord.
1.2.4 Het BMT beslist binnen veertien dagen na ontvangst van de klacht. Als het niet mogelijk is binnen die termijn een besluit te nemen, stelt het BMT de betrokkenen hiervan, met redenen omkleed schriftelijk op de hoogte.
1.2.5 Van de beslissing en de eventuele maatregelen stelt het BMT de betrokkenen schriftelijk op de hoogte. De beslissing is met redenen omkleed.
1.3. Opschortende werking
1.3.1 Als de klacht, bedoeld in art.1.1.1 of 1.2.1 een maatregel tegen betrokkene betreft, kan hij verzoeken om opschorting van de uitvoering daarvan, tot de klacht is afgehandeld.
1.3.2 Het BMT dan wel het Bevoegd gezag bepaalt of dit verzoek redelijk is en deelt de beslissing hierover zo spoedig mogelijk en met redenen omkleed schriftelijk aan de betrokkene(n) mee.

 

2. Beroepsrecht bij de landelijke klachtencommissie

2.1. Landelijke klachtencommissie
2.1.1 De Stichting Scholengroep Spinoza is aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs (LKC/VBS), Postbus 95572, 2509 CN Den Haag.
2.1.2 Deze commissie heeft het recht alle voor haar noodzakelijke informatie betreffende een beroep op te vragen. Dit houdt in dat de commissie de betrokkene(n) mag horen. Het reglement van de LKC is als bijlage in deze brochure opgenomen.
2.1.3 Een klager kan een klacht indienen bij de landelijke klachtencommissie, met voorbijgaan van het bevoegd gezag. Hij stelt daarvan wel het bevoegd gezag op de hoogte.
2.2. Beroepsrecht
2.2.1 Een leerling of een ouder van een leerling die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een besluit van het bevoegd gezag, kan hiertegen schriftelijk beroep aantekenen bij de landelijke klachtencommissie als genoemd in artikel 2.1.1. Hetzelfde geldt voor een personeelslid of een ander bij de school betrokken persoon.
2.2.2 Het aantekenen van beroep is niet mogelijk tegen die aangelegenheden die in een, bij of krachtens de wet, gegeven voorschrift reeds inhoudelijk zijn geregeld.
2.2.3 Als het beroep een maatregel tegen betrokkene betreft, kan hij verzoeken om opschorting van de uitvoering daarvan, tot het beroep is afgehandeld. Bedoeld verzoek om opschorting van de maatregel moet gelijktijdig met het beroep bij de landelijke klachtencommissie worden ingediend.
2.3 De uitspraak
2.3.1 De uitspraak van de commissie wordt neergelegd in een advies aan het Bevoegd Gezag van de school. Het bevoegd gezag beschouwt het advies als bindend voor de betrokkenen, behoudens
het gestelde in art. 2.3.2
2.3.2 Het bevoegd gezag kan de uitspraak van de landelijke klachtencommissie onverbindend verklaren en vervangen door een ander besluit, indien bedoelde uitspraak strijdig is met de wet, of zich niet verdraagt met bij of krachtens de wet aan het bevoegd gezag opgedragen taken en verantwoordelijkheden. Het bevoegd gezag deelt dit binnen veertien dagen na ontvangst van de uitspraak, met redenen omkleed, schriftelijk aan de betrokkenen en aan de landelijke klachtencommissie mee.


II. Klachten betreffende seksuele intimidatie en geweld

Inleiding
Voor klachten betreffende seksuele intimidatie en geweld bestaat een iets afwijkende regeling, die beschreven staat in het 'Reglement benoeming vertrouwenspersonen' (Zie bijlage 3.).
Een klacht kan worden ingediend bij één van de vertrouwenspersonen of bij het bevoegd gezag, in casu het BMT.II.1. Klachtenbehandeling, klachtenprocedure en klachtenreglement
Hierbij maken wij onderscheid tussen:
A. een melding van seksuele intimidatie of geweld en
B.  een officiële klacht

ad A: Een klager doet een melding van seksuele intimidatie of geweld
1. Een melding - zowel mondeling als schriftelijk - kan bij de vertrouwenspersoon of het bevoegd gezag worden gedaan.
2. Als de melding in eerste instantie bij het bevoegd gezag is gedaan, zendt deze de melding onmiddellijk door naar een vertrouwenspersoon van de locatie, behalve als de hulpvrager gegronde redenen heeft waarom hij/zij een vertrouwenspersoon niet wenst in te schakelen. In dit geval behandelt het bevoegd gezag de melding zonder tussenkomst van de vertrouwenspersoon.
3. Ongeacht of de melding wel of niet tot een klacht leidt, zorgt de vertrouwenspersoon voor de eerste opvang van de hulpvrager.
4. Bij een melding door een minderjarige leerling moet de vertrouwenspersoon overwegen of zij/hij de ouders of verzorgers hiervan op de hoogte stelt.
5. Na ontvangst van de melding probeert de vertrouwenspersoon eerst, afhankelijk van de ernst van de zaak, tot een oplossing te komen van de gesignaleerde problemen.
6. Voordat de vertrouwenspersoon een melding als klacht - volgens de klachtenprocedure - aan de klachtencommissie doorgeeft, zorgt zij/hij ervoor dat de hulpvrager de consequenties hiervan kent en is zij/hij er zeker van dat de hulpvrager akkoord gaat.
ad B: Een klager dient een officiële klacht in
Bij een klacht handelt de vertrouwenspersoon zoals hiervoor bij een melding beschreven, met deze toevoegingen:
1. De vertrouwenspersoon meldt de klacht direct aan het bevoegd gezag als de inhoud van de klacht daartoe aanleiding geeft en/of als de klacht een strafbaar feit betreft.
2. De vertrouwenspersoon is steeds tot geheimhouding verplicht aangaande alle zaken die zij/hij als vertrouwenspersoon verneemt. Deze geheimhoudingsplicht geldt niet ten opzichte van de landelijke klachtencommissie, het bevoegd gezag en eventueel arts en justitie.
3. Bij vermoeden van ontucht is het bevoegd gezag verplicht contact op te nemen met de Vertrouwensinspecteur.
4. De vertrouwenspersoon en het bevoegd gezag zijn wettelijk verplicht aangifte te doen als redelijk vermoeden bestaat van een strafbaar feit.

II.2. Klachtencommissie: reglement en procedure

De Stichting Scholengroep Spinoza is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie voor het algemeen bijzondere onderwijs.
De vertrouwenspersonen hebben geen zitting in de klachtencommissie, noch andere leden van de scholengemeenschap, noch ouders/verzorgers van de leerlingen van de scholengemeenschap.
Het bevoegd gezag houdt bij zijn besluiten rekening met de aanbevelingen van de landelijke klachtencommissie.
Indien de klacht door het bevoegd gezag ongegrond wordt verklaard, kan het bevoegd gezag op verzoek van en in overleg met de aangeklaagde in een rehabilitatie voorzien, zo nodig na advies van de landelijke klachtencommissie.

Bijlage 1.

Regeling landelijke klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs


Artikel 1 Begripsbepalingen
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a school: een school als bedoeld in de Wet primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;
b. de landelijke klachtencommissie: de klachtencommissie als bedoeld in artikel 2;
c. klager: een (ex-) leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend;
d. klacht: klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaagde;
e. aangeklaagde: een (ex-) leerling, ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, tegen wie een klacht is ingediend;
f. vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3 van de modelklachtenregeling Primair en Voortgezet onderwijs zoals die door de besturenorganisaties is verspreid.
g. VBS: Vereniging 'Verenigde Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag'.Instelling en aansluiting
Artikel 2: instelling en instandhouding van de landelijke klachtencommissie
1. De landelijke klachtencommissie is ingesteld en wordt in stand gehouden door de VBS
2. De landelijke klachtencommissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris vanwege de VBS
Artikel 3: aansluiting bij de landelijke klachtencommissie
1. Aansluiting bij de landelijke klachtencommissie geschiedt voor alle scholen van het bevoegd gezag.
2. Aansluiting van het bevoegd gezag bij de landelijke klachtencommissie geschiedt door middel van de indiening van een door het bevoegd gezag ondertekende verklaring bij de VBS. Uit deze verklaring dient te blijken dat het bevoegd gezag over de aansluiting de instemming van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsra(a)d(en) heeft verkregen.
3. De aansluiting loopt van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 en wordt behoudens opzegging bij aangetekend schrijven voor 1 oktober van het lopende kalenderjaar steeds met één jaar verlengd.
4. Beëindiging van de aansluiting ontslaat het bevoegd gezag niet van het nakomen van de op het ogenblik van de beëindiging reeds bestaande verplichtingen tegenover VBS of tegenover de landelijke klachtencommissie.De landelijke klachtencommissie
Artikel 4: taken
1. De landelijke klachtencommissie geeft gevraagd of ongevraagd advies aan het bevoegd gezag over: a. (on)gegrondheid van de klacht; b. het nemen van maatregelen; c. overige door het bevoegd gezag te nemen besluiten.
2. De landelijke klachtencommissie alsmede de ambtelijk secretaris neemt, ter bescherming van de belangen van alle direct betrokkenen, de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht bij de behandeling van een klacht. De leden van de landelijke klachtencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in die hoedanigheid vernemen. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als lid van de landelijke klachtencommissie heeft beëindigd.
3. De landelijke klachtencommissie brengt jaarlijks aan de VBS schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden.
Artikel 5: samenstelling
1. De landelijke klachtencommissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de VBS.
2. De landelijke klachtencommissie is zodanig samengesteld dat zij voldoende deskundig moet worden geacht voor de behandeling van klachten.
3. De landelijke klachtencommissie wijst uit haar midden een voorzitter en tenminste een plaatsvervangende voorzitter aan.
5. De VBS wijst een ambtelijk secretaris aan.
Artikel 6: Zittingsduur
1. De leden van de landelijke klachtencommissie worden benoemd voor de periode van vier jaar en zijn terstond herbenoembaar.
2. De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen.

De procedure

Artikel 7: Indienen van een klacht
1. De klager dient de klacht in bij: a. het bevoegd gezag of b. de landelijke klachtencommissie.
2. De klacht dient binnen een jaar na de gedraging of beslissing te worden ingediend, tenzij de landelijke klachtencommissie anders beslist.
3. Indien de klacht bij het bevoegd gezag wordt ingediend verwijst het bevoegd gezag de klager naar de vertrouwenspersoon of klachtencommissie, tenzij toepassing wordt gegeven aan het vierde lid.
4. Het bevoegd gezag kan de klacht zelf afhandelen indien hij van mening is dat de klacht op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld. Het bevoegd gezag meldt een dergelijke afhandeling aan de klachtencommissie indien de klacht betrekking heeft op seksuele intimidatie, agressie of geweld.
5. Op de ingediende klacht wordt de datum van ontvangst aangetekend.
6. Na ontvangst van de klacht, zonodig na herstel van verzuim als bedoeld in art. 9 lid 3, deelt de landelijke klachtencommissie het bevoegd gezag, de klager en de aangeklaagde binnen vijf werkdagen schriftelijk mee dat zij een klacht onderzoekt.
7. Het bevoegd gezag deelt de directeur van de betrokken school schriftelijk mee dat er een klacht wordt onderzocht door de landelijke klachtencommissie.
8. Klager en aangeklaagde kunnen zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
Artikel 8: Intrekken van de klacht
Indien de klager tijdens de procedure bij de landelijke klachtencommissie de klacht intrekt, wordt de behandeling van de klacht stopgezet. De landelijke klachtencommissie deelt dit aan de aangeklaagde, het bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school mee.

Artikel 9: Inhoud van de klacht
1. De klacht bevat tenminste: a. de naam en het adres van de klager; de naam en het adres van de aangeklaagde b. de dagtekening; c. een omschrijving van de klacht;
2. Van een mondeling ingediende klacht maakt de ambtelijk secretaris - indien redelijkerwijs niet van de klager gevraagd kan worden dat de klacht op schrift gesteld wordt - terstond een verslag dat door de klager wordt ondergetekende en waarvan de klager een afschrift ontvangt.
3. Indien niet is voldaan aan het gestelde in het eerste lid, wordt de klager in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken te herstellen. Is ook dan nog niet voldaan aan het gestelde in het eerste lid dan kan de klacht niet - ontvankelijk worden verklaard.
4. Indien de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard wordt dit aan de klager, de aangeklaagde, het bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school gemeld.

Artikel 10: Vooronderzoek
De landelijke klachtencommissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van de klacht bevoegd alle gewenste inlichtingen in te winnen. Zij kan daartoe deskundigen inschakelen en dezen zo nodig uitnodigen voor de hoorzitting. Indien hieraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het bevoegd gezag vereist.
Artikel 11: Hoorzitting
1. De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de klager en de aangeklaagde tijdens een niet-openbare vergadering in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. De hoorzitting vindt plaats binnen zes waken na ontvangst van de klacht. De landelijke klachtencommissie heeft de mogelijkheid deze termijn eenmaal met zes weken te verlengen.
2. De klager en de aangeklaagde worden buiten elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij de landelijke klachtencommissie anders bepaalt.
3. De landelijke klachtencommissie kan bepalen, al dan niet op verzoek van de klager of de aangeklaagde, dat de vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig is.
4. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
5. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag bevat: a. de namen en de functie van de aanwezigen; b. een zakelijke weergave van wat over en weer is gezegd.
6. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de ambtelijk secretaris.
Artikel 12: Advies
1. De landelijke klachtencommissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het advies.
2. De landelijke klachtencommissie rapporteert haar bevindingen schriftelijk aan het bevoegd gezag, binnen vier weken nadat de hoorzitting heeft plaatsgevonden. Deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Deze verlenging meldt de landelijke klachtencommissie met redenen omkleed aan de klager, de aangeklaagde en het bevoegd gezag.
3. De landelijke klachtencommissie geeft in haar advies een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht en deelt dit oordeel, vergezeld van het verslag van de hoorzitting, schriftelijk mee aan de klager, de aangeklaagde van de betrokken school.
4. De landelijke klachtencommissie kan in haar advies tevens een aanbeveling doen over de door het bevoegd gezag te treffen maatregelen.
Artikel 13: Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist, dat tenminste twee leden van de landelijke klachtencommissie, en de (plaatsvervangend) voorzitter aanwezig zijn.

Artikel 14: Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de landelijke klachtencommissie nemen niet deel aan de behandeling van een klacht, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Slotbepalingen
Artikel 15: Wijziging
Deze regeling kan door de VBS worden gewijzigd of ingetrokken na overleg met de landelijke klachtencommissie.

Artikel 16: Overige bepalingen
1. Deze regeling kan worden aangehaald als 'regeling landelijke klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs''.
2. Deze regeling is in werking getreden op 9 december 1998.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 onder c.
Ook een ex-leerling is bevoegd een klacht in te dienen. Naarmate het tijdsverloop tussen de feiten, waarover wordt geklaagd en het indienen van de klacht groter is, wordt het voor de landelijke klachtencommissie en het bevoegd gezag moeilijker om tot een oordeel te komen. Bovendien is in artikel 7, tweede lid, bepaald dat een klacht binnen een jaar na de gedraging of beslissing moet worden ingediend, tenzij de landelijke klachtencommissie anders bepaalt. Hierbij valt te denken aan (zeer) ernstige klachten over seksuele intimidatie, agressie, geweld en discriminatie.

Bij personen die anderszins deel uitmaken van de schoolgemeenschap kan bijvoorbeeld gedacht worden aan stagiaires en lio's.

Artikel 1 onder d.
Klachten kunnen gaan over bijvoorbeeld begeleiding van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, de inrichting van de schoolorganisatie, seksuele intimidatie, discriminerend gedrag, agressie, geweld en pesten.

Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: ongewenst seksueel getinte aandacht die tot uiting komt in verbaal, fysiek en non-verbaal gedrag. Dit gedrag wordt door degene die het ondergaat, ongeacht sekse en/of seksuele voorkeur, ervaren als ongewenst, of wordt indien het een minderjarige leerling betreft, door de ouders, voogden of verzorgers van de leerling als ongewenst aangemerkt. Seksueel intimiderend gedrag kan zowel opzettelijk als onopzettelijk zijn.

Onder discriminerend gedrag wordt verstaan: elke vorm van ongerechtvaardigd onderscheid, als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet gelijke behandeling, elke uitsluiting, beperking of voorkeur die ten doel heeft of tot gevolg kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het openbare leven wordt teniet gedaan of aangetast. Discriminatie kan zowel bedoeld als onbedoeld zijn.

Onder agressie, geweld en pesten wordt verstaan: gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen waarbij bedoeld of onbedoeld sprake is van, geestelijke of lichamelijke mishandeling van een persoon of groep personen die deel uitmaakt van de schoolgemeenschap.

Artikel 3.
De landelijke klachtencommissie functioneert voor alle scholen van het bevoegd gezag gezamenlijk. De landelijke klachtencommissie draagt zorg voor een tijdige en deugdelijke informatie aan het bevoegd gezag over de voortgang van de behandeling van een ingediende klacht.

Artikel 7, eerste lid.
De klager bepaalt zelf of hij de klacht bij het bevoegd gezag of bij de landelijke klachtencommissie indient (een klacht kan niet bij de vertrouwenspersoon worden ingediend). Niet altijd zal de klacht bij de landelijke klachtencommissie worden ingediend, bijvoorbeeld als naar het oordeel van de klager sprake is van een minder ernstige klacht. Dit neemt niet weg dat de klager in het laatste geval het recht heeft alsnog zijn klacht in te dienen bij de landelijke klachtencommissie, als hij daartoe aanleiding ziet. Anderzijds dient ervoor gewaakt te worden dat de positie van de aangeklaagde in het gedrang komt doordat de landelijke klachtencommissie niet wordt ingeschakeld. In gecompliceerde situaties of als het bevoegd gezag ingrijpende maatregelen overweegt is het gewenst eerst advies van de landelijke klachtencommissie te vragen. Ook bij gerede twijfel of sprake is van een ernstige klacht, verdient het aanbeveling eerst advies te vragen aan de landelijke klachtencommissie. Daardoor wordt bereikt dat uiterste zorgvuldigheid wordt betracht en wordt vermeden de indruk te wekken dat de klacht 'binnenskamers' wordt afgedaan.

Artikel 7, zevende lid.
De landelijke klachtencommissie kan, in het belang van het onderzoek en/of in het belang van de positie van de klager, naar de aangeklaagde de klacht sturen, waarin het adres van de klager ontbreekt. Dit gegeven is immers niet van direct belang voor de aangeklaagde. In dat geval wordt volstaan met de schriftelijke mededeling: ''adresgegevens bij de commissie bekend'. De commissie dient dan wel over deze gegevens te beschikken.

Artikel 7, achtste lid.
De klager en de aangeklaagde hebben het recht zich op elk gewenst moment in de procedure te laten bijstaan door een raadsman of zich te laten vertegenwoordigen.

Artikel 8.
Als de klager de klacht intrekt kan de landelijke klachtencommissie besluiten of de procedure al dan niet wordt voortgezet. Van dit besluit worden de klager, de aangeklaagde en het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk in kennis gesteld. Indien er aanwijzingen zijn dat de klager onder druk de klacht heeft ingetrokken, ligt voortzetting van de procedure voor de hand. De landelijke klachtencommissie brengt in dat geval een ongevraagd advies uit aan het bevoegd gezag.

Artikel 9, vierde lid.
Een anonieme klacht wordt niet in behandeling genomen, tenzij de landelijke klachtencommissie of het bevoegd gezag anders beslist.

Artikel 10.
Personeelsleden in dienst van het bevoegd gezag zijn verplicht de door de commissie gevraagde informatie te verstrekken en omtrent verzoek en informatieverstrekking geheimhouding in acht te nemen. Deze verplichtingen gelden ook voor het bevoegd gezag.

Het kan voor het onderzoek nodig zijn dat getuigen of deskundigen door de landelijke klachtencommissie worden gehoord. De vraag die zich dan voordoet is hoe de commissie dient om te gaan met de verkregen informatie naar de klager en de aangeklaagde. De landelijke klachtencommissie bepaalt welke informatie in de rapportage aan het bevoegd gezag wordt opgenomen. Ten aanzien van de geheimhouding geldt dat ook aan betrokken ouders en leerlingen vooraf gevraagd moet worden zich te verbinden om deze geheimhouding in acht te nemen.

Artikel 11, tweede lid.
De landelijke klachtencommissie kan bepalen dat de klager en de aangeklaagde in elkaars aanwezigheid worden gehoord. Als één van beide partijen dit niet wenst worden de klager en de aangeklaagde apart gehoord.

 

Bijlage 2.

Vertrouwenspersoon

seksuele intimidatie en geweld


Inleiding
Een veilig leer- en leefklimaat op school voor iedereen die er werkt, dat is onze primaire, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het algemeen sociaal beleid moet in de eerste plaats gericht zijn op het scheppen van een veilige sfeer en het voorkomen van gedrag dat een bedreiging inhoudt, fysiek en verbaal geweld - w.o. pesten en kwellen - en seksuele intimidatie. Vervolgens moet het beleid over dit ongewenst gedrag (van volwassenen en leerlingen) in curatieve en corrigerende zin helder en duidelijk voor iedere betrokkene zijn. Degene die klaagt over ongewenst gedrag moet serieus genomen worden, moet iemand kunnen bereiken die hij/zij vertrouwt, moet begeleid worden bij het proces dat tot oplossing van het probleem leidt.

Wat is seksuele intimidatie?
Seksuele intimidatie is elke vorm van seksueel (getint) gedrag, verbaal, fysiek of non-verbaal tot uiting komend, dat opzettelijk of onopzettelijk kan zijn en dat door degene die het ondergaat als ongewenst wordt ervaren. Essentieel hierbij is het gevoel van het meisje, de jongen, man of vrouw die ermee geconfronteerd wordt, niet de intentie van de 'dader'.

Dat aanranding en verkrachting onder deze definitie vallen, zal voor iedereen duidelijk zijn. Die dubbelzinnige opmerking en de vaderlijke arm om de schouder? Ook die kunnen als irritant of zelfs als uiterst onaangenaam ervaren worden.

Nu zijn intimidatie en intimiteit twee woorden die veel op elkaar lijken, maar ze staan diametraal tegenover elkaar. Niemand kan zonder een beetje intimiteit, ook leerlingen niet. Die aai over de bol, de arm over de schouder, hoeven daarom niet te verdwijnen uit de school. Maar leerlingen voelen haarfijn aan wat de eigenlijke betekenis is van die aai en die arm: een brug naar medeleven of ... een brug te ver.

Wat is geweld?
Gedragingen die een bedreiging inhouden voor anderen. Het kan gaan om verbaal, fysiek of non-verbaal gedrag. Net als bij seksuele intimidatie moet ervan uit worden gegaan, dat degene - die het ondergaat - het gedrag van de ander als ongewenst beschouwt.

Wat als ...., een mogelijke route bij seksuele intimidatie en/of geweld
Een leerling wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie en/of geweld: een docent, of een medeleerling, benadert haar of hem op een als vervelend ervaren manier. Zij/hij durft de persoon in kwestie niet aan te spreken op zijn gedrag. Wat kan deze leerling nu doen?
  • praten met een medeleerling;
  • praten met de ouders;
  • praten met de mentor of een andere docent in wie die leerling vertrouwen heeft;
  • de klacht melden bij de vertrouwenspersoon binnen de school;
  • de klacht voorleggen aan de vertrouwenspersoon buiten de school;
  • de klacht voorleggen aan of indienen bij de klachtencommissie.
In deze route zit een ontwikkeling van informeel contact naar steeds formelere vormen, met uiteindelijk de mogelijkheid tot een juridische procedure: van een hulpvraag, naar een melding, of tenslotte een officiële klacht.

Praten met een medeleerling:
je gesteund weten door een vriend(in), een leeftijdgenoot, iemand die
je begrijpt, is heel belangrijk. Die vriend of vriendin kan helpen bij het zoeken naar verdere hulp, maar kan zelden ervoor zorgen dat de seksuele intimidatie of geweld echt ophoudt.

Praten met je ouders:
kinderen durven het vaak niet aan hun ouders te vertellen. Maar als ouders ingeschakeld worden, dan zullen zij meestal een duidelijke reactie en maatregelen van de school vragen. De school moet de ouders dan ook goed informeren over de manier waarop de school het probleem van seksuele intimidatie of geweld wil voorkomen en ‘in geval van' hoe het probleem wordt aangepakt.

Praten met je mentor:
over je ervaringen praten met een volwassene die je vertrouwt, begrijpt, kan
steunen en verder helpen. In school is de eerste die deze rol kan spelen de mentor. Mentoren hebben immers al een speciale zorgtaak. Maar ook een andere volwassene kan die functie vervullen. Misschien komen de mentor (of de in vertrouwen genomen andere docent) er samen met de leerling uit en kan het probleem in samenspraak met de betreffende docent worden opgelost. Maar loyaliteitsproblemen liggen op de loer. Mentoren moeten zich realiseren dat het probleem van de leerling de grenzen van eigen deskundigheid en taakstelling waarschijnlijk overschrijdt. De mentor kan echter wel aan de leerling uitleggen dat in school elke vorm van intimidatie ongewenst is; dat daar afspraken over zijn gemaakt; dat er deskundigen zijn, vertrouwenspersonen en dat het mogelijk is daar samen of alleen mee te praten. De mentor kan voor advies ook bij de vertrouwenspersonen terecht.

Melden bij de vertrouwenspersoon (binnen of buiten de school):
(bij voorkeur één) zij of hij heeft als taak de eerste opvang en begeleiding van leerlingen (of personeelsleden) die met seksuele intimidatie en/of geweld zijn geconfronteerd. Daarnaast komt het bieden van hulp en advies. En in geval er een klacht ingediend moet worden, begeleidt zij de leerling bij de klachtenprocedure, ook de nazorg is aan de vertrouwenspersoon.
De vertrouwenspersoon moet deskundig zijn op psychosociaal terrein, speciaal op het gebied van preventie en bestrijding van seksuele intimidatie en geweld. Een vertrouwenspersoon wordt door het bevoegd gezag aangesteld.

Melden bij de klachtencommissie:
deze door het bevoegd gezag aangestelde commissie bestaat uit mensen die geen deel uitmaken van de schoolgemeenschap. De klachtencommissie is feitelijk een
onderzoekend en deels een ‘rechtsprekend’ college. Als de commissie na onderzoek de klacht gegrond vindt, zal zij het bevoegd gezag adviseren over een eventueel te treffen maatregel.

Vertrouwenspersoon voor leerlingen van de verschillende locaties
T.b.v. de leerlingen van de verschillende locaties wordt per locatie een groep van twee à vier vertrouwenspersonen benoemd, één à twee te kiezen uit de leerlingbegeleiders/decanen en één à twee te kiezen uit de overige personeelsleden. Voor de leerlingen is het belangrijk dat er meer dan één vertrouwenspersoon binnen de school bereikbaar is. Leerlingen - dat zullen meestal meisjes zijn, maar ook jongens kunnen slachtoffer zijn - moeten kunnen kiezen voor een vrouw of een man. Voor de vertrouwenspersoon in kwestie is het goed dat ook over het onderwerp seksuele intimidatie en geweld binnen de groep vertrouwenspersonen consultatie en intervisie mogelijk is. Dit is nl. nu ook het geval bij problemen op het gebied van leerlingbegeleiding in de ruimste zin, de leerlingbegeleiders bespreken deze met elkaar, consulteren elkaar en geven elkaar advies.

Vertrouwenspersoon voor docenten en onderwijs ondersteunend personeel
Om belangenverstrengeling te voorkomen en de vertrouwenspersoon in kwestie niet in een collegiaal loyaliteitsconflict te laten komen, wordt t.b.v. de medewerkers in de school een externe vertrouwenspersoon benoemd. Ook leerlingen kunnen daar zo nodig terecht.

Bijlage 3.

Reglement benoeming vertrouwenspersonen

Inzake de benoeming van vertrouwenspersonen, hanteert het bevoegd gezag het volgende reglement

I. Benoemingsprocedure vertrouwenspersonen
a. Het Bevoegd Gezag benoemt twee vertrouwenspersonen uit de groep van leerlingbegeleiders en decanen, van wie - zo mogelijk - ten minste één vrouw, op voordracht van de leiding van elke locatie.
b. Het Bevoegd Gezag benoemt ten minste twee docenten, van wie tenminste één vrouw, op voordracht van de Benoemingsadviescommissie (BAC).
c. De B.A.C. wordt samengesteld door de schoolleiding en bestaat uit: (zo mogelijk) een leerlingbegeleider, een docent, een lid van de schoolleiding en 4 leerlingen: 2 meisjes en 2 jongens gekozen uit de verschillende afdelingen uit de 2e t/m de 5e klas.
d. Kandidaten voor de functie vertrouwenspersoon kunnen open solliciteren, zij kunnen ook uitgenodigd worden te solliciteren.
e. Voor het overige wordt de bestaande benoemingsprocedure 'Benoeming decaan/ coördinator 'gebruikt.

II. Aanstelling/ ontslag
a. De vertrouwenspersoon wordt door het bevoegd gezag aangesteld en ontslagen.
b. Het betreft een tijdelijke aanstelling voor de duur van twee jaar. Deze periode kan verlengd worden, steeds met een periode van twee jaar.
c. Voortijdig ontslag uit de functie is mogelijk als de vertrouwenspersoon niet meer het vertrouwen geniet of haar/zijn taken niet naar behoren vervult, dit conform de regels zoals vastgelegd in de CAO-vo.
d. Een vertrouwenspersoon kan ook op eigen verzoek voortijdig uit haar/zijn functie als vertrouwenspersoon worden ontslagen. Dit mag op geen enkele wijze haar/zijn rechtspositie schaden.

III. Positie en bescherming
a. De vertrouwenspersoon is rechtstreeks en alleen verantwoording verschuldigd aan het bevoegd gezag.
b. Het bevoegd gezag voert minstens een maal per benoemingsperiode een functioneringsgesprek met de vertrouwenspersoon.
c. De vertrouwenspersoon geniet zo nodig bescherming van schoolleiding en bevoegd gezag indien optreden in functie als vertrouwenspersoon tot vervelend/hinderlijk gedrag van anderen, collega('s), zou leiden.
d. M.b.t. de positie van de vertrouwenspersoon is het Directiestatuut niet van toepassing.

IV. Taakomschrijving van de vertrouwenspersoon
a. Vertrouwenspersonen verrichten hun taak onder strikte geheimhouding. Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan, ook nadat de vertrouwenspersoon haar/zijn functie heeft neergelegd. Wel mag de vertrouwenspersoon advies vragen aan de andere vertrouwenspersonen en/of officiële instanties als de Jeugd Gezondheidszorg, evenwel zonder de identiteit van de betrokkene(n) kenbaar te maken.
b. De vertrouwenspersoon functioneert als eerste aanspreekpunt en verwijsinstantie voor leerlingen en hun ouders in geval van psychische of sociale problemen. Zij/hij zorgt voor opvang en begeleiding.
c. De vertrouwenspersoon is ook meldpunt voor gevallen van machtsmisbruik en pesten. De vertrouwenspersoon onderneemt stappen om te komen tot spoedig herstel van een veilige schoolsituatie voor alle betrokkenen. Ook leerlingen, ouders of medewerkers in de school die dergelijke zaken signaleren, kunnen dit melden
d. De vertrouwenspersoon biedt begeleiding bij een klacht over seksuele intimidatie.
e. De vertrouwenspersoon onderhoudt goede relaties met hulpverleningsinstanties buiten de school.
f. De vertrouwenspersoon houdt een anonieme registratie bij op grond waarvan gegevens kunnen worden verstrekt t.b.v. het sociaal jaarverslag. Dit betreft het aantal klachten/hulpvragen, de aard van de klachten/hulpvragen, het aantal begeleidingsgesprekken en de afwikkeling.
g. De vertrouwenspersoon zorgt ervoor dat iedereen binnen de school op de hoogte is van het bestaan van de vertrouwenspersonen, de klachtenprocedure en de klachtencommissie.
h. De vertrouwenspersoon maakt deel uit van de vertrouwensgroep.
V. Functie-eisen vertrouwenspersoon.
a. De vertrouwenspersoon geniet het vertrouwen van de leerlingen en de medewerkers van de betreffende locatie van de betreffende locatie van de scholengemeenschap.
b. De vertrouwenspersoon is deskundig in de opvang van hulpzoekers en slachtoffers van seksuele intimidatie.
c. De vertrouwenspersoon heeft kennis van de mogelijkheden van doorverwijzing op hulpverleningsgebied.
d.De vertrouwenspersoon heeft (globale) kennis van de mogelijke rechtspositionele en juridische gevolgen van het indienen van een klacht.
e. De vertrouwenspersoon is bereid bij gebrek aan deskundigheid, zoals omschreven in de punten V.b t/m d , deze op korte termijn te verwerven.

VI. Faciliteiten vertrouwenspersoon
a. Lesvrijstelling wordt zonodig vastgelegd in het formatieplan.
b. Gelegenheid tot en financiële vergoeding voor deskundigheidsbevordering, zoals cursus Vertrouwenspersoon.
c. Eigen budget t.b.v. vakliteratuur, lidmaatschap Nederlandse vereniging van leerlingbegeleiders en abonnement tijdschrift NVL.
d. Eigen afsluitbare brievenbus.
e. Voor de externe vertrouwenspersoon een urenvergoeding per geval.

VII. Openbaarheid
a. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een bijgewerkt exemplaar van dit reglement op een voor belanghebbenden toegankelijk plaats in alle locaties beschikbaar is.
b. Het bevoegd gezag stelt alle belanghebbenden op de hoogte van het bestaan van dit reglement. Met nadruk wordt ontraden de uitkomst van een strafproces af te wachten als er sprake is van een vermoeden van een strafbaar feit. Het bevoegd gezag heeft in dezen een eigen verantwoordelijkheid en zal maatregelen tegen de aangeklaagde moeten (kunnen) nemen.

VIII. Wijzigingen
Dit reglement kan worden gewijzigd door het bevoegd gezag, na overleg met de vertrouwenspersonen, met inachtneming van de geldende bepalingen betreffende medezeggenschap.

IX. Overige bepalingen
a. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.
b. Dit reglement kan worden aangehaald als 'reglement benoeming vertrouwenspersoon'.
c. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2002.

Instemming van de GMR verleend op 22 mei 2002

de secretaris, de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de bestuursvergadering d.d. 16 oktober 2001

de secretaris, de voorzitter,
W.H. Mouwen B.A.M. de Vries-Jansen
  © René Knijnenburg Producties